Een defilé van wagens, karren, rijtuigen, kinderwagens, kruiwagens - al wat wielen heeft - met blinden, zieken, lammen, kinderen en ouderen schuift voobij. Ook huisraad wordt vervoerd op de karren. Kinderen worden langs de weg geboren. ‘Heel Belgenland leek richting de grens te strompelen’. In het najaar van 1914 stromen 1 miljoen Belgische vluchtelingen Nederland binnen. De Nederlanders zetten zich massaal in voor de ontheemde Belgen. Door voedselschaarste en cultuurverschillen neemt het enthousiasme hiervoor in de loop van de oorlog behoorlijk af. Met ‘zachte drang’ probeert men de Belgen te over halen weer naar huis te gaan. Vele van deze vluchtelingen blijven in Nederland, anderen keren terug naar België zodra ze vernemen dat het veilig is.

In West-Vlaanderen waar de oorlog verder woedt, kunnen de inwoners niet terugkeren. In 1917 belanden vele vluchtelingen uit onder andere Kortemark, Menen, Wervik in Hasselt en Kuringen. Kuringen biedt aan 135 vluchtelingen een onderdak. Enkele gezinnen verblijven hier tot mei 1920.
Vluchtelingen van Wervik logeren bij familie Ramaekers - LeenaersEen van de plaatsen waar Vlaamse vluchtelingen onderdak krijgen, is bij de grootouders van Roza Ramaekers, Henricus Ramaekers en Francisca Leenaers. Zij nemen enkele vluchtelingen in huis. ‘De familie was mijn grootouders dankbaar en hielp mee op de boerderij, ze deelden het schaarse eten dat ze hadden, mijn grootouders deden wat ze nodig achtten om deze mensen te helpen’. Op de foto zie je op de stoelen: Francisca, Henricus en zoon Desiré, de gevluchte familie met hun jonge kinderen. Bij terugkeer naar huis krijgen ze van het Kuringse gemeentebestuur huisraad mee: onder andere een stoof met gruisbus, wasmermit, soepkruik, koffiemolen, emmers, bedden en kastrollen.
Documentatiecentrum ‘de graef’ Kuringen, gemeente archief Kuringen 14/18, familiearchief H. Ramaekers - F. Leenaers.