Het leven in de frontlijn is een hel: slecht eten en drinken, kou, gebrek aan slaap en rust, regen, grondwater, modder, honger, dorst en ongedierte zijn de dagelijkse vijanden van de soldaat. Daarnaast zijn er de mortier- en artilleriebeschietingen, handgranaten, gifgasaanvallen, vlammenwerpers, beschietingen uit vliegtuigen, geweervuur en het vuur van scherpschutters. Dit kan leiden tot een snelle of een langzame dood, een verwonding of verminking of zelfs levend begraven worden onder instortende wanden en onderkomens. De daardoor permanent aanwezige angst is misschien wel de allergrootste stressfactor in de voorste linies. En altijd en overal is er de walgelijke stank van urine en uitwerpselen, rook, chemische resten van gasaanvallen, afval en in ontbinding verkerende lijken. Deze mentale en lichamelijke stressfactoren leiden in vele gevallen tot shell shock. Dood en verderf zijn onomkoombaar in de loopgraven: beide vormen het belangrijkste onderdeel van het dagelijkse leven van de soldaten.
Documentatiecentrum ‘de graef’ Kuringen met opzoekingen militaire bibliotheek Evere. Foto’s uit het album Alexander Cyrille Swinnen.