Documentatiecentrum de graef
  1. U bent hier:  
  2. Startpagina
  3. de graef
  4. WOI
  5. Impact

Impact

Paardenmarkt 1916 in Kuringen

afficheSinds vele eeuwen wordt op 17 maart, de feestdag van Heilige Gertrudis gevierd met de daarbijhorende “ half maart markten”, zoals de markt in de volksmond wordt genoemd. Deze markt trekt veel volk uit de wijde omgeving. De mensen komen niet aleen voor paarden, maar ook voor de standwerkers, goochelaars, liedjeszangers en commercemannen die hun beste kunstjes komen tonen en hun waren verhandelen. Dat tijdens de Eerste Wereldoorlog de paardenmarkt onder het Duitse bewind doorgaat, is opmerkelijk. De bezetter wil dat het dagelijkse leven van voordien zijn gewone gang weer gaat. Zeker nu de registratiebewijzen zorgvuldig gecontroleerd worden door de beambten. Er is hierover weinig terug te vinden in de archieven. De paardenmarkt gaat door aan de Grote Baan aan het kasteel van Goetsbloets.

postkaart

Uit de oude krant: “de beroemde paardenmarkt die vele jaren druk werd bezocht door Franse en Duitse kooplui; het aantal verhandelde paarden schommelde toen tussen de 700 a 800. De marktkramers stonden opgesteld langsheen de baan Hasselt Diest tot aan de dreef van Herkenrode hetzij een afstand van 1500 meter.”


Tijdens de oorlogsjaren waren de kooplui uit andere landen afwezig, maar het Duitse leger en Duitse handelaren komen de paarden, die al dan niet in beslag zijn genomen opkopen. De boeren en handelaren kunnen nog paarden verhandelen, meestal wat oudere dieren en jonge veulens om de landbouwactiviteiten verder te zetten. Uit de verslagen van de veeverzekering Sint-Gerlacus en de inventaris van het meldingsambt, hebben de boeren van Kuringen toch voldoende paarden om de bedrijvigheid verder te zetten, maar het dierenbestand is niet meer zo groot als voor de oorlog.

krant

Documentatiecentrum ‘de graef’ Kuringen, “Kuringen in oude prentkaarten”, affiche digitaal archief “de graef”, het digitaal archief “ Het Belang Van Limburg”, WO1-forum.

Details
Hits: 5

Vrouwen in de oorlog

juliaVrouwen in de oorlog komen zelden in beeld als er over helden gesproken wordt. Toch hebben ook zij een belangrijke rol gespeeld om de soldaten die gewond of stervende waren bij te staan in hun eenzame dood.

Zo heeft de Kuringse dochter van André Claes en Maria Nagels, Julia Maria Louise Claes zich op 16 april 1915 aangemeld in het veldhospitaal Cabour te Adinkerke. Dit hospitaal was actief tussen 25 april 1915 en 12 maart 1917. Gemiddeld worden er vijf operaties per dag uitgevoerd. Circa 2811 militairen en een 500-tal burgers zijn aan oorlogsverwondingen geopereerd. Daarvan overlijden er 227, een sterftepercentage 6,8 %. De soldaten die er binnen komen, worden min of meer opgelapt om weer terug naar het front gestuurd te worden. Door de zware omstandigheden en de vele gewonde soldaten is dit elke dag weer een zware opdracht. Geregeld kunnen de verpleegsters op verlof.

Zo is te zien in het dossier van Julia, dat ze op 3 februari 1916 voor het eerst verlof krijgt en op 24 maart 1916 terug aan het werk gaat in Cabour.

beveren

Op 12 maart 1917 verhuist de chirurgische afdeling van dr. Derache, waartoe ook Julia Claes hoorde, met de steun van Koningin Elisabeth naar Beveren-aan-de-IJzer. De overleden militairen worden daar op een aparte strook grond op het kerkhof begraven. In Cabour blijft een algemeen hospitaal voor zieken gevestigd, o.l.v. dr. Pierre Nolf. Deze medische post blijft actief tot 17 februari 1920. Slachtoffers van gasaanvallen (vanaf augustus 1917 mosterdgas of ‘yperiet’) en patiënten van de ‘Spaanse griep’ worden er ook behandeld.

rode kruis

Julia Claes trouwt op 6 februari 1918, in volle oorlog, met majoor Philippe Jozeph Guimy tijdens een verlofperiode te Jeufosse (F). Hij is dokter van het 2e linie regiment. Na haar huwelijk gaat ze terug aan de slag in Beveren tot 28 oktober 1918, twee weken later is de oorlog gedaan. Voor de verpleegkundigen nog niet: zij proberen met alle mogelijke middelen nog soldatenlevens te redden. In totaal heeft zij volgens haar dossier 3 jaar, 6 maanden en 18 dagen op en achter het front gewerkt. Hiervoor krijgt ze zes frontstrepen.

Documentatiecentrum ‘de graef’ Kuringen, opzoekingen militaire bibliotheek, Poucet ‘Et l Histoire de ses maisons’ Charles Grenier, Vrouwen in de Groote Oorlog - Stefaan Vandenbussche.

Details
Hits: 5

Naar Nederland?

kampIn het begin van de Eerste Wereldoorlog vluchten veel Belgen naar Nederland: naast burgers ook Belgische militairen.

Tot hun ontzetting worden de soldaten in het neutrale Nederland onmiddellijk ontwapend en tot het einde van de oorlog in interneringskampen ondergebracht. Enkele soldaten uit Kuringen en Hasselt hoopten ook via Nederland terug te keren achter het IJzerfront.

Uit enkele brieven blijkt hun frustratie. Sommigen militairen proberen te ontsnappen aan de gevangenschap. In december 1914 is er een opstand in het kamp van Zeist (NL). Acht Belgen die het kamp willen ontvluchten, worden dood geschoten en 18 gewonde soldaten worden naar het Sint-Elisabeth ziekenhuis afgevoerd voor verzorging. Hierna worden de soldaten beter behandeld en verbeteren ook de leefomstandigheden.

modesteplesters vrouwZo is de in Kuringen geboren militair Alphonse Hubert Modeste Plesters na de val van Antwerpen naar de Nederlandse grens gevlucht, aangehouden en in het kamp van Zeist beland. Samen met andere dorps- en streekgenoten verblijft hij in dat kamp. De leefomstandigheden zijn niet al te best. Modeste overlijdt op 26 juli aan de Spaanse griep in het Nederlandse Sint-Elisabeth ziekenhuis.

Frans Vrancken uit Kuringen en soldaat bij de Grenadiers, is ook een gevangene in dit kamp. Hij verblijft in barak 14. Regelmatig schrijft hij brieven naar zijn neef. Naarmate de oorlog verder woedt verbeteren de levensomstandigheden. Zo komen er scholen, kantines en kerkjes. Theateravonden en muziekvoorstellingen worden gegeven. Het werd een gemeenschapsleven in gevangenschap. Maar in de brieven lees je dat ze hunkeren, naar het einde van de oorlog, om terug naar huis te kunnen. In september 1918 worden de overgebleven 4500 bewoners van het kamp Zeist overgebracht naar het kamp van Harderwijk. In totaal zijn in Nederland 33.105 Belgen (onder wie 406 officieren) geïnterneerd. Op 11 november 1918 wordt de oorlog beëindigd. Het duurdt echter tot het tekenen van de wapenstilstandsovereenkomst voordat de Nederlandse regering de onderhandelingen over de repatriëring begint. Pas vanaf december 1918 kunnen de geïnterneerden terug naar België.

postkaart

postkaart2

Documentatiecentrum ‘de graef’ Kuringen opzoekingen, archiefcentrum ‘Eemland’ Amersfoort.

Details
Hits: 5

Krijgsgevangenen

krijgsgevangenenMilitairen komen aan in het gevangenenkamp (foto publiek domein, ABL Forum).Terwijl onze soldaten met leeuwenmoed den vadergrond verdedigden wachtten enkelen hunner makkers in de grootste ontbering en ellende het einde van den oorlog, in Duitsche kampen af.

In Münsterlager zitten ook burgers, kunstenaars, schrijvers enz. Ook Ernest Claes wordt als soldaat in het kamp gevangen gehouden: hij schrijft later over zijn ervaringen. De Hasseltse schilder Jos Damien beschuldigt als franc-tireur wordt eveneens opgesloten in dit gevangenkamp. Hij tekent op een stukje karton het binnenzicht van een barak.


*Hier volgt een kort verhaal van Alexander Willekens.

“Op 7 Aug. 1914 ‘s morgens in Herstal gevangen genomen, werd ik met veel andere makkers in de Chartreuse te Luik opgesloten. Na twee dagen vasten, want we kregen maar een achtste van een Belgisch soldatenbroodje per dag, werden wij te voet tusschen twee rijen dronken, vijandelijke soldaten naar Duitschland gevoerd. Dit op zulke onbarmharige wijze dat menige mijner makkers in den gracht langs den steenweg, van uitputting neerzonken. God weet wat er met die arme jongens gebeurd is. Eens in Eupen aangekomen werden wij op de trein naar Sennelager en later naar Münsterlager gevoerd, Doch wat stond ons daar te wachten! Met 5000 man werden wij in tien overgroote tenten op een weinig stroo en wat heide gelogeerd. Velen onzer hadden zelfs geene dekens om zich te dekken. Alsdan ging het naar Sarrebrück aan den Wezer, een kamp van 700 krijgsgevangenen, maar een van de slechtste van gansch Duitschland. ‘s Morgens en ‘s avonds een tas eikelkoffie, thee of tapioca in water gemengd; ‘s middags eenen halven liter raapkoolsoep en eene snede (ongeveer 200 gr) zeer slecht brood. Daarbij moesten wij eenen halven dag aan den dijk van een kanaal werken of zooniet eenen halven dag in het slijk staan, grachten of beken maken. Om ons te straffen bonden zij ons aan palen, met het gezicht naar sneeuw en regen gekeerd en zelfs hebben er sommigen aan palen gehangen, zonder met hunne voeten den grond te raken; ook werden stok- en sabelslagen niet gespaard. Op 3 januari 1919 verlieten wij het vijandelijk kamp van Sarrebrück en vertrokken per trein naar Soltau; doch hoe groot was mijne verbazing. Toen ik in april 1915 Soltau verliet, waren er ongeveer een 70-tal onzer makkers op een klein kerkhofje begraven en in 1919 was het getal gestegen tot twaalfhonderd. Den 6 jan. 1919 vertrokken wij met 1450 man per trein. Na in Thionville nog 10 dagen te hebben gewacht, landden wij eindelijk in ons geliefd Belgenland aan.”

Documentatiecentrum ‘de graef’ Kuringen, Archief *Joseph Convents, archief Juliette Leenaers, archief A. Willekens, archief Adriaens, archief Bex Buntinx.

Details
Hits: 6

Pagina 1 van 2

  • 1
  • 2

Main Menu

  • Home